Author Archives: saskiavanderelst_ks844m79

Blinde vlek of dominosteen

Iedereen schijnt ze te hebben, blinde vlekken. Dingen die je niet kunt zien van jezelf tot je ze ziet. Als je het dan eenmaal ziet kun je niet meer begrijpen waarom je het eerst niet zag.

Zo begreep ik eerst niet dat wat ik doe als Toneeljuf uniek is. Ik dacht heel vaak ‘Dat kan toch iedereen’. Niet uit een soort misplaatste bescheidenheid, ik dacht het echt. Tot iemand tegen mij zei ‘Nou nee Saskia dat is toch echt niet waar, wat jij doet dat kunnen heel veel mensen niet.’ De gedachte dat dat waar kon zijn drong in een klap tot mij door. En doordat ik dat snapte begreep ik ineens ook allerlei andere dingen. Dat het voor de meeste mensen bijvoorbeeld heel moeilijk is om ‘zomaar’ te gaan spelen. De drempels zijn hemelhoog.

Terug naar blinde vlekken. Als mensen over zichzelf praten hebben ze vaak de neiging vooral te benoemen waar ze niet goed in zijn of waar ze niet aan voldoen. Ik heb een vriendin die keihard werkt op een boerderij, daarnaast voor haar grote gezin en de medewerkers zorgt, de administratie bijhoudt en regelmatig voor grote groepen heerlijke maaltijden kookt. Dat zorgen vindt ze leuk, ze houdt ervan. Is ze daar dan ook trots op? NEE. Ze vindt dat ze een ander soort carrière zou moeten hebben. Dat ze niet voldoet aan bepaalde normen. Ze ziet haar eigen kracht niet als een kracht en ze mag er dus ook niet van genieten. Eeuwig zonde.

Waarom zijn we zo streng voor onszelf? Dat is toch jammer. Zien wat je kunt, waar je goed in bent, daar trots op mogen zijn, dat gaat niet vanzelf. We hebben anderen nodig om die mooie kanten te benoemen. En dan wuiven we ze weg, want dat is toch niks bijzonders?! Maar wat voor jou normaal is, is voor een ander bijzonder. En dat het voor jou normaal is maakt dat je de kracht ervan niet kunt voelen en dat je die bijzondere eigenschappen dus niet ten volle benut. Jammer voor jezelf en voor de rest van de wereld!

Als we elkaar nou eens een beetje gaan helpen, blinde vlekken in beeld brengen. Tegen elkaar zeggen wat je mooi vindt aan de ander. Een eigenschap of manier van doen benoemen waarvan je vermoedt dat de ander die niet genoeg ziet of waardeert. Het is vast niet zo dat die ander je in een keer gelooft. Maar als het nou vaker gezegd wordt, door verschillende mensen op verschillende momenten is de kans op succes al veel groter. Dan gaat het werken als een dominosteentje. Je gooit er een om en de rest valt, als vanzelf, ook. Kun je eenmaal zien dat die eigenschap jou bijzonder maakt, dan kun je die eigenschap inzetten voor persoonlijke groei en om anderen mee te helpen.

Laat dat in 2021 iets zijn waar je af en toe aan denkt. Zet een ander in het licht. Maak het onzichtbare zichtbaar en je verandert veel meer dan je ooit zult weten. Ik begin vandaag. Ik wens jou dat je jezelf mag gaan zien zoals ik je zie. Een mens met meer mooie eigenschappen dan je vermoedt. Neem je mooiheid niet voor lief. Omarm het en deel het met ons. Daar worden we allemaal een beetje blijer van.

 

Illustratie is uit het boek De Vos en de Goudvis – Nils Pieters

Fantasie als religie – Vlieg met je zelfgebouwde raket naar de maan

Als kind had ik een eindeloze fantasie. Behalve dat ik niet wist dat het fantasie was. Ik geloofde gewoon heilig dat dingen echt of mogelijk waren als ik ze bedacht. In mijn hoofd beleefde ik grootse avonturen. Zo wist ik zeker dat ik een raket kon bouwen. Een echte raket, die mij naar de maan zou brengen. Ik denk dat ik toen een jaar of 8 was, maar zeker weten doe ik dat niet. Het was een project met een buurjongen. We verzamelden schroeven, bouten, spijkers en moeren van de straat en vulden daar een plastic zak mee. Die bewaarden we in de schuur tot we genoeg onderdelen hadden om aan de bouw te beginnen. Ondertussen was de raket in ons hoofd allang af en al vele malen heen en weer gevlogen.

Avonturier in de wolken

Op een dag was de droom er niet meer. Mijn vader vroeg of die zak met rommel nou al een keer weggegooid mocht worden. Ik denk dat ik nee zei en dat hij ja deed. Dag raket. Dag maanreis. Er kwamen andere onhaalbare projecten voor in de plaats. Een circus in de achtertuin, een droevig bestaan als weeskind waarbij ik vissen moest eten uit de sloot, een eigen aap hebben, in een minivariant van de pipowagen gaan wonen. Altijd zat er heroïek en drama in mijn verzonnen levens.

Hoezo kun je niet je hele leven in sprookjes geloven

Met het opgroeien veranderden de verhalen. Ik geloofde ze ook niet meer echt echt, maar ik kon het ook niet loslaten. Leven in mijn hoofd was veel te leuk. Doordat ik toneelspelen ontdekte kreeg mijn fantasieleven iets meer houvast. Spelen dat je iemand anders bent was toch mogelijk! Spelen legde een lijntje tussen droom en werkelijkheid.

Hoe ouder ik werd hoe minder handig het was om in sprookjes te geloven. Sommige mannen bleken bijvoorbeeld allesbehalve prinsen op witte paarden. Door mijn rotsvaste geloof in romantiek en voorbestemming heb ik vaak mijn neus gestoten en niet op tijd losgelaten. Soms deed het echte leven zo’n zeer dat het mij even niet lukte om te dromen van iets beters.

Fantaseren maakt gelukkig

Gelukkig ben ik het nooit helemaal verloren. Fantaseren is nog steeds mijn religie. Ik geloof dat het voor mij levensreddend is. Het maakt dat ik afstand kan nemen van de realiteit als dat even nodig is. Het maakt dat ik kan geloven dat er nog prachtige dingen in het verschiet liggen, dat mensen wezenlijk goed zijn en dat kabouters bestaan. Ik wil positief zijn, ook als het echte leven soms hard is. Mijn eigen roze bubbel biedt bescherming. Ik nodig je graag uit voor een rondje in mijn raket. Samen een fantastisch avontuur beleven dat is heerlijk. Verzonnen verhalen zijn ook echt, op het toneel komen ze tot leven. Laat niemand je vertellen dat het niet kan.

Dokter Phil

Vroeger had Dokter Phil nog geen eigen programma. Hij werd geïntroduceerd bij Oprah. Zij was helemaal dol op hem en noemde hem ‘Tell it like it is Phil’. Ze roemde hem om zijn directheid. Hij nam geen blad voor de mond en liet mensen niet wegkomen met hun overduidelijke smoezen voor hun ‘wangedrag’. Dat was toen vernieuwend. Oprah en haar kijkers smulden ervan, inclusief ikzelf. Het ging eigenlijk meer om Dokter Phil en zijn methode dan om de problemen van de deelnemers. Dokter Phil kreeg applaus en deelde ‘hugs’ uit als zijn ‘patiënten’ braken en toegaven aan zijn dwingende eerlijkheid.

Heeft iemand baat bij jouw betweterigheid?

Nou was ik ook niet bepaald een zachte heelmeester. Alhoewel mij dat niet de roem van Dokter Phil heeft opgeleverd. Sterker nog, mensen vonden het lang niet altijd prettig als ze geconfronteerd werden met iets wat voor mij overduidelijk was en voor hun blijkbaar een blinde vlek. Het heeft mij zeker een vriendschap gekost en wat pittige gesprekken opgeleverd. Ik heb dan ook bijgeleerd in de loop der jaren. Ik houd veel vaker mijn mond of ik vis voorzichtig of iemand al een beetje weet wat ik denk te weten. Het is soms bewegen op dun ijs.

Tegeltjeswijsheden in overvloed

In mijn cursus doe ik het anders. Daar gaat het over persoonlijke ontwikkeling en dus vind ik dat ik mag vertellen over wat handig is en wat niet. Ik laat het deelnemers in spel ervaren; werkt dit gedrag, wat is jouw reactie hierop, waarom blokkeer je. Ik stel vragen en ga in gesprek. Soms neem ik iets langer de tijd omdat een onderwerp mij aan het hart gaat. Er komen af en toe wijsheden uit mijn mond die ik zelf verrassend vind en die ik graag terug zou zien op een tegeltje. Helaas onthoud ik ze vrijwel nooit.

Je bent al zo ontzettend goed gelukt

Steeds zeg ik erbij ‘doe er mee wat je wilt’. Ik verkondig niet de waarheid, ik vertel je slechts wat ik zie en ervaar en wat ik geleerd heb in de loop van mijn leven. Het staat je vrij om daar wel of niet iets mee te doen. Kortom ik ben een soort Dokter Phil light. Ik zit niet recht in je gezicht te tetteren tot je ‘toegeeft’. Ik ben volgens mij een lieve docent. Ik heb oog voor mijn deelnemers. Als ik ze confronteer is dat niet uit gelijkhebberigheid maar omdat ik ze oprecht iets beters gun. Vaak bestaat dat juist uit meer liefde voor zichzelf. Want wat ik steeds weer zie is dat de meest geweldige mensen nauwelijks oog hebben voor hun eigen mooiheid. Daar wil ik graag ‘Dokter Phillerig’ voor zijn. En ik geef je ook nog een ‘hug’! Als het weer mag…

De jongen en de jurk

‘Gaan we ook verkleden, heb je jurken meegenomen?’ Dit was de eerste vraag die ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg toen ik een tijdje geleden Voorleestheater deed. Mijn antwoord ‘Nee’ was duidelijk een teleurstelling voor hem. Zijn volgende vraag was ‘Waarom niet?’. Daar heb ik een heldere visie op. Eenmaal verkleed hoef je geen toneel meer te spelen want je bent ‘m al. De jurk, de hoed, het pak heeft je rol al invulling gegeven en dus hoeft de speler zelf nog maar weinig te doen. Dat vind ik zonde. Want verkleedkleren zijn geweldig, maar spelen is nog geweldiger. Dat legde ik hem uit in simpele bewoordingen. Hij was enigszins teleurgesteld. Toch heeft hij de sterren van de hemel gespeeld.

Wel theater Geen theater

Aan het eind vroeg ie ‘Wanneer begint het theater nou?’. Dat vond ik zo lief en grappig. Als ik Voorleestheater speel doet iedereen mee. Er is niet echt een podiumdrempel omdat alles haast vanzelf lijkt te gaan. Toch doet zo’n uitspraak mij ook een beetje huiveren. Ik doe dus geen echt theater… Het klopt en het klopt niet. Wat ik doe is niet THEATER. Het is laagdrempelig en speels. Als ik zeg meespeeltheater dan meen ik dat ook. Dat is voor mij meer dan in je handen klappen en een liedje zingen. Zonder meespelers is mijn voorstelling geen voorstelling. Aan het eind is er applaus van het publiek en ook voor en door jezelf. Iedereen heeft op het podium gestaan en zichzelf laten zien. Toch theater dus.

Voor wie is het eigenlijk?

De grote mensen die met de kinderen meekomen genieten ook volop. Hun kinderen spelen een glansrol, ik maak grappen tussendoor en zij mogen ook meedoen. Als achtergrondgeluid bijvoorbeeld, of iets anders wat ineens dringend nodig blijkt te zijn. Ik zie altijd dat de volwassenen veranderen tijdens de voorstelling. Ze zijn verbaasd over wat er gebeurd. Ze zijn blij dat hun kinderen serieus genomen worden. Ze zijn trots dat ze zo lekker spelen. Het verandert ook iets in hun. Ze worden onbezorgder. Al is het maar een klein uurtje. Het spelen doet zijn opvrolijkende en verluchtigende werk.

Een prinsessenjurk voor iedereen

Het zijn de kinderen waardoor ik bij de grote mensen terecht kwam. Ik zag ze zo stralen als ik bezig was. Zelf op het puntje van hun stoel, klaar om mee te doen. Genietend van hun kinderen, maar ook gewoon genietend. Van het moment, het pure plezier en de ongedwongenheid. Ik zag in de ogen van de volwassenen dat zij in wezen hetzelfde nodig hebben. Misschien dragen we een mooie jurk om gezien te worden, maar wat als spel hetzelfde voor je kan doen?! En niet alleen tijdens een ‘jurkgelegenheid’, maar gewoon altijd. Daarom geef ik inmiddels ook cursussen aan volwassenen. Om ze te laten voelen dat spelen alles mooier maakt, inclusief jezelf. Daar mag je best een prachtige jurk bij aantrekken, maar het hoeft niet. Je bent al mooi.

Laagjes

Shrek is een van mijn filmhelden. Lomp, lief en grappig. In de eerste Shrekfilm zit een gesprek tussen Shrek en Donkey over laagjes. Shrek probeert uit te leggen dat niet alles aan de oppervlakte zichtbaar is omdat hij ‘layers’ heeft. Net als een ui laagjes heeft, heeft een Oger dat ook. Donkey probeert hem ervan te overtuigen dat niet iedereen van uien houdt en dat het misschien beter is om een gelaagde cake te zijn ‘Because everybody loves cakes’. Hierop roept Shrek gefrustreerd : ‘I don’t care what everyone likes, Ogres are not like cakes…’! De boodschap is duidelijk, ook een Oger heeft diepere gevoelens…

Kusje erop

Het hele laagjesconcept zie ik terug bij mensen. Je bent wie je bent tot je merkt dat dat blijkbaar niet gewenst of helemaal goed is. Baf klap auw. We leggen er een laagje overheen ter bescherming. Een soort korstje op een wond. Alleen zo’n korstje verdwijnt na een tijd omdat de wond heelt. Van binnen werkt dat helaas niet zo. Is er een laagje aangebracht dan heelt de wond niet, maar blijft het pijnpunt daaronder liggen. En zo maken we laagje na laagje om minder pijn te voelen, niet buitengesloten te worden, niet anders te zijn of teveel op te vallen.

Wie ben je?

Hoe ouder we worden hoe meer die laagjes in de weg gaan zitten. Het blijkt niet zo makkelijk om niet jezelf te zijn. De buitenkant gaat botsen met wat er van binnen zit. Het is tijd om naar de laagjes te kijken. Terug te gaan naar de kern van wie je bent. Als je de tijd en ruimte durft te nemen om je laagjes af te pellen geef je jezelf de mogelijkheid om weer jezelf te zijn. Jezelf zoals je bent en altijd al was totdat je dacht dat er ‘dingen’ niet goed aan je waren.

Cipiers

Het is niet erg om laagjes te hebben. Ze helpen je of hebben je geholpen, ze zijn een soort beschermers. Alleen heb je die beschermers op zeker moment misschien minder hard nodig. Ze mogen een stapje terug doen. Het is mooi om getuige te mogen zijn als mensen hun kwetsbaarheid tonen. Als ze merken dat ze veilig zijn, dat ze zelfs iets terug krijgen van anderen door zichzelf te laten zien. Er gaat een lichtje aan van binnen dat naar buiten straalt via de ogen en het hele lichaam. Het heeft iets magisch en ontroerends.

Gotta love an Ogre

Je bescherming afgooien is kwetsbaar. Toch is het tegelijkertijd het sterkste wat je kunt doen. Misschien voelt het eerst naakt, maar als het in een veilige omgeving gebeurt krijg je al snel meer vertrouwen. Je hoeft geen cake te zijn. Niet iedereen hoeft alles aan jou aangenaam te vinden. Je mag zijn wie je bent. Ook als dat van tijd tot tijd een lompe Oger is.

Maximaal 8

In een grote groep is het goed schuilen. Je kunt de kat uit de boom kijken, meelopen en weinig doen. Als je dat wilt. Het hoeft niet. Het omgekeerde kan ook, we kennen allemaal de dominante types die in een groep graag leiden of de lolligste willen zijn.

Lolbroek of stille Willie

Als deelnemer vind ik een groep al snel te groot. Hoe meer mensen hoe minder aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Niet omdat je het niet wilt, maar gewoon omdat het moeilijk is om jezelf steeds scherp te houden en alert te blijven op alles wat er gebeurt in jou en om je heen. Het wordt snel duidelijk dat een trainer of docent jou niet echt in het oog kan houden. Er zijn simpelweg teveel mensen, waarvan er dan ook nog een paar veel aandacht vragen. Zij wel.

Luister naar de fluister

Als docent maak ik dan ook de keuze voor maximaal 8 deelnemers aan ‘Toneel om te groeien’. Dit is weloverwogen. Ik wil genoeg ruimte voor persoonlijke groei. Ik wil de deelnemers zien en horen. Aandacht hebben voor hun eigen proces. Dus ook voor die persoon die het eng vindt om zichzelf naar voren te schuiven. Dat jij je stem nog niet durft te laten horen betekent niet dat je niets te zeggen hebt. Ik wil het graag horen, dat wat je binnenhoudt. Ik wil luisteren, ook als je zachtjes praat.

Zien en gezien worden

Zulke dingen kan ik niet goed onderscheiden met veel mensen in de ruimte. Dan is er teveel van alles, energie, geluid, geuren en gedoe. Met zulke actieve zintuigen als de mijne wordt het dan al snel kermis in mijn hoofd. Ik wil niet naar de kermis, ik wil naar jou. Ook als jij je liever verstopt. Soms mag je je een tijdje verstoppen, als je je er maar bewust van bent. Daar help ik bij. Ik stel af en toe een vraag of laat je weten dat ik je bijdrage zie. Het contact dat ik dan met je maak is echt en daar zit de groei. Je bent gezien. Niet gevallen, wel opgevallen.

Ik sta elke dag wel een keer te schutteren

Ik wil dus een aanwezige docent zijn. En juist dat maakt het voor mij ook spannend. Aanwezig in de zin dat ik er ben voor mijn deelnemers en niet alleen voor het overdragen van mijn kennis. Ik doe vaak mee met de oefeningen en spelletjes en speel in de uitleg vaak al toneel om zaken te verduidelijken. De hufterige stemmetjes in mijn hoofd zeggen soms dat ik raar doe of zelfs voor schut sta. Ik luister niet naar ze. Ik kan niet anders dan mezelf zijn. Dat vraag ik tenslotte ook van de deelnemers. Die laten zichzelf zien en horen en zetten daarin dappere stappen. Dat vind ik ontzettend knap. Dat ze mij genoeg vertrouwen om ze te helpen in dat proces is een grote eer. Dat honoreer ik met aandacht en aanwezigheid. In een kleine groep dus: maximaal 8.

Dan kan ik zorgen dat iedereen (ja ook ik dus als trainer) ruimte krijgt om veilig en met humor zijn of haar eigen proces te volgen.

Geen rode rozen voor mij

Er werd laatst een prachtige bos rode rozen bij mij thuis bezorgd. Van waar ik zit kan ik de voordeur zien en dus ook de talloze bezorgdiensten die hier af en aan rijden. Dat zijn er nogal wat kan ik je vertellen. We hebben namelijk drie dochters. Maar deze was anders. Een gewone auto waar een wat oudere heer uitstapte. Met dus een waanzinnig mooie bos rozen in zijn hand.

Hij houdt van me, hij houdt niet van me
Er ging in een split second van alles door mij heen. Van wie zouden zijn, waarom krijg ik rozen, vast niet van mijn man, of wel wat lief, en anders misschien gewoon iemand die mij lief vindt. Zomaar. Ik was ontroerd. Echt ontroerd. Dat duurde helaas niet lang. Bij het openen van de deur bleek dat ze niet voor mij waren. Een van de drie dochters heeft een geheime aanbidder. Wie de rozen heeft gestuurd is nog niet duidelijk. Het kaartje zit in een envelopje wat ik natuurlijk niet open.

Vragen vragen
Naast dat ik mij een klein beetje beschaamd voelde omdat ik de rozen in gedachten al ‘voor mij’ had gemaakt, voelde ik ook verwondering. Waarom was ik zo ontroerd door alleen al het idee van het krijgen van een bos rozen? Waarom raakte mij dat zo? Welk onderhuids verlangen werd voelbaar door dit spontane lieve gebaar?

Je doet ertoe
Ik denk dat het iets te maken heeft met gezien worden. Dat iemand de moeite neemt om jou iets te geven maakt je bijzonder. Dat daar een hele bezorgdienst aan te pas komt is echt uitpakken. ‘JIJ BENT GEWELDIG’ schreeuwt dit gebaar. Het is het applaus na een voorstelling, de complimenten voor je goede daden, het bedankje na een persoonlijke cadeau. Ik ben gezien, gehoord en aangevoeld. Dat is toch een heerlijk gevoel.

Niet vaak genoeg
Blijkbaar doen we in het dagelijks leven deze moeite niet vaak genoeg voor elkaar. En waarschijnlijk al helemaal niet voor onszelf. En daar zit volgens mij de les. Het is heel makkelijk om iemand blij te maken. Dat kan al met een paar lieve woorden, een simpel gebaar. Dat zouden we best vaker kunnen doen. Als je een lach tovert op het gezicht van iemand anders, krijg je ‘m zelf namelijk ook cadeau. Ik ben heel blij met de rozen voor mijn dochter. Ze leerden mij zomaar iets over mezelf. Ik ga een bosje voor mezelf kopen, of voor mijn man, of mijn kinderen, of voor de buurvrouw, of of of …
Geniet van het gelukkig maken van anderen. Het zal jou heel veel geven.

De vriezer ontdooien – hoe ik verander in een ijssculptuur

Deze dagen de vriezer schoonmaken klinkt bijna hemels. Toch doe ik het niet. Ik schuif het voor mij uit. Er moet eerst zeer veel ijs langs de randen zijn ontstaan. Dat probeer ik dan nog een tijdje met mijn vingers weg te breken als tussenoplossing. Uitstel van het echte werk.

Waar een kaasschaaf al niet goed voor is

Wanneer ik mij er toch toe zet geeft dat ruimte voor bespiegeling. Gewapend met de kaasschaaf, een emmertje met heet water en een geel doekje ga ik de uitdaging aan. Na dagen, weken en misschien zelfs maanden van terugkerende gedachten als ‘de vriezer zit vol ijs’, ‘de vriezer moet weer eens ontdooid’ en ‘je moet de vriezer schoonmaken’ begin ik redelijk goed geluimd. Wie weet ruim ik, met het schoonmaken van de vriezer, ook wat rommel op in mij.

Een ijssculptuur

De vriezer is mijn hoofd en wat zich daarin afspeelt. Ook ik loop vol. Het begint klein, onmerkbaar. Een ergernisje, een ja die een nee had moeten zijn, een afgezegde afspraak, een opdracht die niet doorgaat, kinderen die vragen/moeten/willen/zijn. Het zet zich  vast, langs mijn randen. Tot er zoveel zit dat ik moeite krijg met bewegen. Het stroomt niet meer van binnen. Tijd om in actie te komen.

Je bent wat je doet

Nu is de vriezer schoon en blinkend. Ik heb de deur al een paar keer opengetrokken om te kijken naar het puike resultaat van mijn gezwoeg. Het viel reuze mee. Klus was binnen een half uur geklaard. Ondertussen dacht ik na over mijn beslommeringen. Het is schoner van binnen. Ik herinnerde mij wat ik vergat. Uitstellen is geen oplossen, fysiek bezig zijn wel. Met vriendelijkheid aankijken wat je dwars zit helpt ook. Vertellen over je vastgevroren dingen. Lachen om jezelf.

Zing een liedje

Ik ben vast niet de enige die vastvriest. Loop jij ook rondjes in je eigen gedachten en ergernissen? Probeer eruit te breken. Ga iets doen. Gebruik je lijf. Maak iets schoon of ruim op. Gebruik je stem en gooi je frustratie eruit. Verzin er een lied over terwijl je bezig bent. Breek los uit je bevriezing en zorg dat je weer stroomt van binnen. Je zult je vrijer voelen en vrolijker. Nu is de perfecte tijd.

Hoe ziet jouw zandtaartje eruit?

Soms kun je iets niet zien omdat je er zelf middenin zit. Je zit er met je neus bovenop en toch heb je geen idee. Zo realiseerde ik mij vandaag iets wat misschien nogal voor de hand ligt. Mensen vinden (toneel)spelen eng. Ze zijn er bang voor. Bang dat ze het niet kunnen, niet goed genoeg zijn, dat ze teveel opvallen, zichtbaar worden. Ik snap het en toch voelt het voor mij als ‘de omgekeerde wereld’. Juist als je speelt namelijk kun je ervaren, voelen, leren hoe goed je bent. Hoe krijg je mensen zover dat ze zichzelf dat toestaan? Dat is de echte vraag.

Welk podium past

‘Ik kan helemaal niet toneelspelen’. Dat hoor ik vaak. Maar wie zegt dat je dat moet kunnen? Acteren is een vak. Daar bestaan opleidingen voor, waar je auditie voor moet doen. Sommige mensen hebben er een uitgesproken talent voor. Dat is natuurlijk zo. Mogen andere mensen dan niet meer spelen? Moet jij bijvoorbeeld het podium van een grote schouwburg op of mag je gewoon het plezier van spelen ervaren? Je hoeft niet goed te kunnen acteren om een geweldige speler te zijn.

In de zandbak

Kijk eens naar spelende kinderen in een zandbak. Ze maken taartjes. Het ene kind maakt stevige taartjes. Bij de ander vallen ze half uit elkaar. Ze lachen erom. Het ene taartje is in hun ogen niet beter dan het andere. Er is niemand die zegt dat het ene kind geen zandtaartjes meer mag maken omdat ze een beetje uit elkaar vallen. Sterker nog, als je zoiets zou zeggen dan wordt iedereen boos op jou. Want waarom moeten die taartjes perfect zijn en volgens wiens regels moet dat?

Is halfbakken goed genoeg

De kinderen spelen. Daar genieten ze van. Hun spel is niet gebonden aan regels van perfectie. Waarom zou jouw spel dat dan wel moeten zijn? Waarom mag jij geen halfbakken zandtaartjes maken? Wie zegt dat? Ik gun jou zo dat je wel halfbakken zandtaartjes mag maken. Dat het maken van die taartjes en het plezier dat je voelt voorop mag staan. Ik nodig je graag uit in mijn zandbak. Mijn taartjes zijn niet af. Ze storten vaak in. Ze zijn fantasievol en met enthousiasme gemaakt. Misschien kan ik kijken hoe jij het doet. Worden mijne daar steviger van. Je mag zeker kijken hoe ik ze maak. Of zullen we ze samen bakken? Daar worden we vast allebei blijer en beter van.

Telegraafkop: ‘Ik misbruikte mijn kinderen’

Een gezin met jonge kinderen vraagt nogal wat van je. Het is alomvattend. Ze hebben verzorging, aandacht en liefde nodig. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Ook als ze niet bij je zijn, zijn ze altijd bij je. Het is niet of je een keus hebt. Het moet gewoon gebeuren. Het is ook niet erg want je wilde zelf een gezin en je houdt natuurlijk ongelooflijk veel van je schatjes. Toch knaagt er iets. Ben je alleen nog maar een moeder of ben je ook nog van jezelf?

Altijd een excuus paraat

Voor mij werkte het ook als een mooi excuus. Het gezin, de kinderen, het volle leven en de vermoeidheid die daarbij hoort zorgden ervoor dat ik niet echt meer aan mezelf toekwam. Dat vond ik lange tijd helemaal niet erg. Ik zat daardoor veilig verscholen achter vier ruggetjes mezelf niet te ontwikkelen. Mijn gezinssituatie is niet gemiddeld en ik werd geprezen voor alle tijd en aandacht die ik in mijn gezin stopte. Niemand die zag dat ik daarmee mezelf ook beschermde tegen het maken van keuzes die voor mijn eigen ontwikkeling belangrijk waren. Ik wist het ergens wel. Af en toe hoorde ik de fluisteringen van mijn hart. Maar ik koos ervoor mijn oren te sluiten.

Van betekenis, maar voor wie

Tot het niet langer ging. Het gefluister werd gebrul. Ik moest terug de wereld in. De kinderen werden wat groter en zelfstandiger, ik was iets minder nodig. Door vast te houden aan mijn oermoederrol was ik vooral mezelf aan het uithollen. Voor hun was ik van betekenis, maar ik verloor mijn eigen vuur. Ik wist niet meer waar ik warm voor draaide, waar ik in uitblonk, wat mij deed glunderen. Ik werd steeds somberder. De kinderen volgden hun eigen pad en ik leek mij op een doodlopende weg te bevinden.

Voorzichtig in het voetlicht

Met de bibbers in mijn benen ging ik op zoek naar ‘dingen’ die goed of leuk waren voor mij. Jarenlang had ik les gegeven in improvisatietheater. Daarvoor had ik zelf heel veel gespeeld. Ik moest het podium weer op gaan zoeken. Ik kan je vertellen dat het doodeng is om het voetlicht te betreden als je zolang in de schaduw hebt gestaan. Ik ging kapot van de zenuwen. Zocht steeds excuses om niet naar het wekelijkse theatersportavondje te hoeven. Sliep slecht. Kreeg huilbuien. Ik zette door. Alle paniek was echt, maar de onderstroom die ik voelde was ook echt. De onderstroom die mij liet voelen dat ik leefde, dat ik gezien werd, dat ik kon spelen.

Ik heb fans

Het heeft nog een tijd geduurd voordat ik ‘de kinderen’ echt niet meer gebruikte als excuus om de stappen die ik eng vond uit te stellen. Heel soms voel ik de neiging nog. Gelukkig doorzie ik mijn eigen ondermijnende systeem. Ik spreek het bewust uit tegen hun als ik iets eng vind. Daardoor motiveren ze mij om toch te gaan, het juist te doen. Zij zijn mijn grootste fans. Ze zitten vooraan bij mijn voorstellingen en zijn trots op de malle fratsen die ik uithaal. Dat maakt mij extra blij. Ik ben hun moeder. Daarin heb ik een voorbeeldfunctie. Als ik niets doe voor mezelf hoe moeten zij dan ooit leren keuzes voor zichzelf te maken? Nu weet ik zeker dat ik ze dat echt leer en dat het geen holle woorden zijn.