Author Archives: saskiavanderelst_ks844m79

De jongen en de jurk

‘Gaan we ook verkleden, heb je jurken meegenomen?’ Dit was de eerste vraag die ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg toen ik een tijdje geleden Voorleestheater deed. Mijn antwoord ‘Nee’ was duidelijk een teleurstelling voor hem. Zijn volgende vraag was ‘Waarom niet?’. Daar heb ik een heldere visie op. Eenmaal verkleed hoef je geen toneel meer te spelen want je bent ‘m al. De jurk, de hoed, het pak heeft je rol al invulling gegeven en dus hoeft de speler zelf nog maar weinig te doen. Dat vind ik zonde. Want verkleedkleren zijn geweldig, maar spelen is nog geweldiger. Dat legde ik hem uit in simpele bewoordingen. Hij was enigszins teleurgesteld. Toch heeft hij de sterren van de hemel gespeeld.

Wel theater Geen theater

Aan het eind vroeg ie ‘Wanneer begint het theater nou?’. Dat vond ik zo lief en grappig. Als ik Voorleestheater speel doet iedereen mee. Er is niet echt een podiumdrempel omdat alles haast vanzelf lijkt te gaan. Toch doet zo’n uitspraak mij ook een beetje huiveren. Ik doe dus geen echt theater… Het klopt en het klopt niet. Wat ik doe is niet THEATER. Het is laagdrempelig en speels. Als ik zeg meespeeltheater dan meen ik dat ook. Dat is voor mij meer dan in je handen klappen en een liedje zingen. Zonder meespelers is mijn voorstelling geen voorstelling. Aan het eind is er applaus van het publiek en ook voor en door jezelf. Iedereen heeft op het podium gestaan en zichzelf laten zien. Toch theater dus.

Voor wie is het eigenlijk?

De grote mensen die met de kinderen meekomen genieten ook volop. Hun kinderen spelen een glansrol, ik maak grappen tussendoor en zij mogen ook meedoen. Als achtergrondgeluid bijvoorbeeld, of iets anders wat ineens dringend nodig blijkt te zijn. Ik zie altijd dat de volwassenen veranderen tijdens de voorstelling. Ze zijn verbaasd over wat er gebeurd. Ze zijn blij dat hun kinderen serieus genomen worden. Ze zijn trots dat ze zo lekker spelen. Het verandert ook iets in hun. Ze worden onbezorgder. Al is het maar een klein uurtje. Het spelen doet zijn opvrolijkende en verluchtigende werk.

Een prinsessenjurk voor iedereen

Het zijn de kinderen waardoor ik bij de grote mensen terecht kwam. Ik zag ze zo stralen als ik bezig was. Zelf op het puntje van hun stoel, klaar om mee te doen. Genietend van hun kinderen, maar ook gewoon genietend. Van het moment, het pure plezier en de ongedwongenheid. Ik zag in de ogen van de volwassenen dat zij in wezen hetzelfde nodig hebben. Misschien dragen we een mooie jurk om gezien te worden, maar wat als spel hetzelfde voor je kan doen?! En niet alleen tijdens een ‘jurkgelegenheid’, maar gewoon altijd. Daarom geef ik inmiddels ook cursussen aan volwassenen. Om ze te laten voelen dat spelen alles mooier maakt, inclusief jezelf. Daar mag je best een prachtige jurk bij aantrekken, maar het hoeft niet. Je bent al mooi.

Laagjes

Shrek is een van mijn filmhelden. Lomp, lief en grappig. In de eerste Shrekfilm zit een gesprek tussen Shrek en Donkey over laagjes. Shrek probeert uit te leggen dat niet alles aan de oppervlakte zichtbaar is omdat hij ‘layers’ heeft. Net als een ui laagjes heeft, heeft een Oger dat ook. Donkey probeert hem ervan te overtuigen dat niet iedereen van uien houdt en dat het misschien beter is om een gelaagde cake te zijn ‘Because everybody loves cakes’. Hierop roept Shrek gefrustreerd : ‘I don’t care what everyone likes, Ogres are not like cakes…’! De boodschap is duidelijk, ook een Oger heeft diepere gevoelens…

Kusje erop

Het hele laagjesconcept zie ik terug bij mensen. Je bent wie je bent tot je merkt dat dat blijkbaar niet gewenst of helemaal goed is. Baf klap auw. We leggen er een laagje overheen ter bescherming. Een soort korstje op een wond. Alleen zo’n korstje verdwijnt na een tijd omdat de wond heelt. Van binnen werkt dat helaas niet zo. Is er een laagje aangebracht dan heelt de wond niet, maar blijft het pijnpunt daaronder liggen. En zo maken we laagje na laagje om minder pijn te voelen, niet buitengesloten te worden, niet anders te zijn of teveel op te vallen.

Wie ben je?

Hoe ouder we worden hoe meer die laagjes in de weg gaan zitten. Het blijkt niet zo makkelijk om niet jezelf te zijn. De buitenkant gaat botsen met wat er van binnen zit. Het is tijd om naar de laagjes te kijken. Terug te gaan naar de kern van wie je bent. Als je de tijd en ruimte durft te nemen om je laagjes af te pellen geef je jezelf de mogelijkheid om weer jezelf te zijn. Jezelf zoals je bent en altijd al was totdat je dacht dat er ‘dingen’ niet goed aan je waren.

Cipiers

Het is niet erg om laagjes te hebben. Ze helpen je of hebben je geholpen, ze zijn een soort beschermers. Alleen heb je die beschermers op zeker moment misschien minder hard nodig. Ze mogen een stapje terug doen. Het is mooi om getuige te mogen zijn als mensen hun kwetsbaarheid tonen. Als ze merken dat ze veilig zijn, dat ze zelfs iets terug krijgen van anderen door zichzelf te laten zien. Er gaat een lichtje aan van binnen dat naar buiten straalt via de ogen en het hele lichaam. Het heeft iets magisch en ontroerends.

Gotta love an Ogre

Je bescherming afgooien is kwetsbaar. Toch is het tegelijkertijd het sterkste wat je kunt doen. Misschien voelt het eerst naakt, maar als het in een veilige omgeving gebeurt krijg je al snel meer vertrouwen. Je hoeft geen cake te zijn. Niet iedereen hoeft alles aan jou aangenaam te vinden. Je mag zijn wie je bent. Ook als dat van tijd tot tijd een lompe Oger is.

Maximaal 8

In een grote groep is het goed schuilen. Je kunt de kat uit de boom kijken, meelopen en weinig doen. Als je dat wilt. Het hoeft niet. Het omgekeerde kan ook, we kennen allemaal de dominante types die in een groep graag leiden of de lolligste willen zijn.

Lolbroek of stille Willie

Als deelnemer vind ik een groep al snel te groot. Hoe meer mensen hoe minder aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Niet omdat je het niet wilt, maar gewoon omdat het moeilijk is om jezelf steeds scherp te houden en alert te blijven op alles wat er gebeurt in jou en om je heen. Het wordt snel duidelijk dat een trainer of docent jou niet echt in het oog kan houden. Er zijn simpelweg teveel mensen, waarvan er dan ook nog een paar veel aandacht vragen. Zij wel.

Luister naar de fluister

Als docent maak ik dan ook de keuze voor maximaal 8 deelnemers aan ‘Toneel om te groeien’. Dit is weloverwogen. Ik wil genoeg ruimte voor persoonlijke groei. Ik wil de deelnemers zien en horen. Aandacht hebben voor hun eigen proces. Dus ook voor die persoon die het eng vindt om zichzelf naar voren te schuiven. Dat jij je stem nog niet durft te laten horen betekent niet dat je niets te zeggen hebt. Ik wil het graag horen, dat wat je binnenhoudt. Ik wil luisteren, ook als je zachtjes praat.

Zien en gezien worden

Zulke dingen kan ik niet goed onderscheiden met veel mensen in de ruimte. Dan is er teveel van alles, energie, geluid, geuren en gedoe. Met zulke actieve zintuigen als de mijne wordt het dan al snel kermis in mijn hoofd. Ik wil niet naar de kermis, ik wil naar jou. Ook als jij je liever verstopt. Soms mag je je een tijdje verstoppen, als je je er maar bewust van bent. Daar help ik bij. Ik stel af en toe een vraag of laat je weten dat ik je bijdrage zie. Het contact dat ik dan met je maak is echt en daar zit de groei. Je bent gezien. Niet gevallen, wel opgevallen.

Ik sta elke dag wel een keer te schutteren

Ik wil dus een aanwezige docent zijn. En juist dat maakt het voor mij ook spannend. Aanwezig in de zin dat ik er ben voor mijn deelnemers en niet alleen voor het overdragen van mijn kennis. Ik doe vaak mee met de oefeningen en spelletjes en speel in de uitleg vaak al toneel om zaken te verduidelijken. De hufterige stemmetjes in mijn hoofd zeggen soms dat ik raar doe of zelfs voor schut sta. Ik luister niet naar ze. Ik kan niet anders dan mezelf zijn. Dat vraag ik tenslotte ook van de deelnemers. Die laten zichzelf zien en horen en zetten daarin dappere stappen. Dat vind ik ontzettend knap. Dat ze mij genoeg vertrouwen om ze te helpen in dat proces is een grote eer. Dat honoreer ik met aandacht en aanwezigheid. In een kleine groep dus: maximaal 8.

Dan kan ik zorgen dat iedereen (ja ook ik dus als trainer) ruimte krijgt om veilig en met humor zijn of haar eigen proces te volgen.

Geen rode rozen voor mij

Er werd laatst een prachtige bos rode rozen bij mij thuis bezorgd. Van waar ik zit kan ik de voordeur zien en dus ook de talloze bezorgdiensten die hier af en aan rijden. Dat zijn er nogal wat kan ik je vertellen. We hebben namelijk drie dochters. Maar deze was anders. Een gewone auto waar een wat oudere heer uitstapte. Met dus een waanzinnig mooie bos rozen in zijn hand.

Hij houdt van me, hij houdt niet van me
Er ging in een split second van alles door mij heen. Van wie zouden zijn, waarom krijg ik rozen, vast niet van mijn man, of wel wat lief, en anders misschien gewoon iemand die mij lief vindt. Zomaar. Ik was ontroerd. Echt ontroerd. Dat duurde helaas niet lang. Bij het openen van de deur bleek dat ze niet voor mij waren. Een van de drie dochters heeft een geheime aanbidder. Wie de rozen heeft gestuurd is nog niet duidelijk. Het kaartje zit in een envelopje wat ik natuurlijk niet open.

Vragen vragen
Naast dat ik mij een klein beetje beschaamd voelde omdat ik de rozen in gedachten al ‘voor mij’ had gemaakt, voelde ik ook verwondering. Waarom was ik zo ontroerd door alleen al het idee van het krijgen van een bos rozen? Waarom raakte mij dat zo? Welk onderhuids verlangen werd voelbaar door dit spontane lieve gebaar?

Je doet ertoe
Ik denk dat het iets te maken heeft met gezien worden. Dat iemand de moeite neemt om jou iets te geven maakt je bijzonder. Dat daar een hele bezorgdienst aan te pas komt is echt uitpakken. ‘JIJ BENT GEWELDIG’ schreeuwt dit gebaar. Het is het applaus na een voorstelling, de complimenten voor je goede daden, het bedankje na een persoonlijke cadeau. Ik ben gezien, gehoord en aangevoeld. Dat is toch een heerlijk gevoel.

Niet vaak genoeg
Blijkbaar doen we in het dagelijks leven deze moeite niet vaak genoeg voor elkaar. En waarschijnlijk al helemaal niet voor onszelf. En daar zit volgens mij de les. Het is heel makkelijk om iemand blij te maken. Dat kan al met een paar lieve woorden, een simpel gebaar. Dat zouden we best vaker kunnen doen. Als je een lach tovert op het gezicht van iemand anders, krijg je ‘m zelf namelijk ook cadeau. Ik ben heel blij met de rozen voor mijn dochter. Ze leerden mij zomaar iets over mezelf. Ik ga een bosje voor mezelf kopen, of voor mijn man, of mijn kinderen, of voor de buurvrouw, of of of …
Geniet van het gelukkig maken van anderen. Het zal jou heel veel geven.

De vriezer ontdooien – hoe ik verander in een ijssculptuur

Deze dagen de vriezer schoonmaken klinkt bijna hemels. Toch doe ik het niet. Ik schuif het voor mij uit. Er moet eerst zeer veel ijs langs de randen zijn ontstaan. Dat probeer ik dan nog een tijdje met mijn vingers weg te breken als tussenoplossing. Uitstel van het echte werk.

Waar een kaasschaaf al niet goed voor is

Wanneer ik mij er toch toe zet geeft dat ruimte voor bespiegeling. Gewapend met de kaasschaaf, een emmertje met heet water en een geel doekje ga ik de uitdaging aan. Na dagen, weken en misschien zelfs maanden van terugkerende gedachten als ‘de vriezer zit vol ijs’, ‘de vriezer moet weer eens ontdooid’ en ‘je moet de vriezer schoonmaken’ begin ik redelijk goed geluimd. Wie weet ruim ik, met het schoonmaken van de vriezer, ook wat rommel op in mij.

Een ijssculptuur

De vriezer is mijn hoofd en wat zich daarin afspeelt. Ook ik loop vol. Het begint klein, onmerkbaar. Een ergernisje, een ja die een nee had moeten zijn, een afgezegde afspraak, een opdracht die niet doorgaat, kinderen die vragen/moeten/willen/zijn. Het zet zich  vast, langs mijn randen. Tot er zoveel zit dat ik moeite krijg met bewegen. Het stroomt niet meer van binnen. Tijd om in actie te komen.

Je bent wat je doet

Nu is de vriezer schoon en blinkend. Ik heb de deur al een paar keer opengetrokken om te kijken naar het puike resultaat van mijn gezwoeg. Het viel reuze mee. Klus was binnen een half uur geklaard. Ondertussen dacht ik na over mijn beslommeringen. Het is schoner van binnen. Ik herinnerde mij wat ik vergat. Uitstellen is geen oplossen, fysiek bezig zijn wel. Met vriendelijkheid aankijken wat je dwars zit helpt ook. Vertellen over je vastgevroren dingen. Lachen om jezelf.

Zing een liedje

Ik ben vast niet de enige die vastvriest. Loop jij ook rondjes in je eigen gedachten en ergernissen? Probeer eruit te breken. Ga iets doen. Gebruik je lijf. Maak iets schoon of ruim op. Gebruik je stem en gooi je frustratie eruit. Verzin er een lied over terwijl je bezig bent. Breek los uit je bevriezing en zorg dat je weer stroomt van binnen. Je zult je vrijer voelen en vrolijker. Nu is de perfecte tijd.

Hoe ziet jouw zandtaartje eruit?

Soms kun je iets niet zien omdat je er zelf middenin zit. Je zit er met je neus bovenop en toch heb je geen idee. Zo realiseerde ik mij vandaag iets wat misschien nogal voor de hand ligt. Mensen vinden (toneel)spelen eng. Ze zijn er bang voor. Bang dat ze het niet kunnen, niet goed genoeg zijn, dat ze teveel opvallen, zichtbaar worden. Ik snap het en toch voelt het voor mij als ‘de omgekeerde wereld’. Juist als je speelt namelijk kun je ervaren, voelen, leren hoe goed je bent. Hoe krijg je mensen zover dat ze zichzelf dat toestaan? Dat is de echte vraag.

Welk podium past

‘Ik kan helemaal niet toneelspelen’. Dat hoor ik vaak. Maar wie zegt dat je dat moet kunnen? Acteren is een vak. Daar bestaan opleidingen voor, waar je auditie voor moet doen. Sommige mensen hebben er een uitgesproken talent voor. Dat is natuurlijk zo. Mogen andere mensen dan niet meer spelen? Moet jij bijvoorbeeld het podium van een grote schouwburg op of mag je gewoon het plezier van spelen ervaren? Je hoeft niet goed te kunnen acteren om een geweldige speler te zijn.

In de zandbak

Kijk eens naar spelende kinderen in een zandbak. Ze maken taartjes. Het ene kind maakt stevige taartjes. Bij de ander vallen ze half uit elkaar. Ze lachen erom. Het ene taartje is in hun ogen niet beter dan het andere. Er is niemand die zegt dat het ene kind geen zandtaartjes meer mag maken omdat ze een beetje uit elkaar vallen. Sterker nog, als je zoiets zou zeggen dan wordt iedereen boos op jou. Want waarom moeten die taartjes perfect zijn en volgens wiens regels moet dat?

Is halfbakken goed genoeg

De kinderen spelen. Daar genieten ze van. Hun spel is niet gebonden aan regels van perfectie. Waarom zou jouw spel dat dan wel moeten zijn? Waarom mag jij geen halfbakken zandtaartjes maken? Wie zegt dat? Ik gun jou zo dat je wel halfbakken zandtaartjes mag maken. Dat het maken van die taartjes en het plezier dat je voelt voorop mag staan. Ik nodig je graag uit in mijn zandbak. Mijn taartjes zijn niet af. Ze storten vaak in. Ze zijn fantasievol en met enthousiasme gemaakt. Misschien kan ik kijken hoe jij het doet. Worden mijne daar steviger van. Je mag zeker kijken hoe ik ze maak. Of zullen we ze samen bakken? Daar worden we vast allebei blijer en beter van.

Telegraafkop: ‘Ik misbruikte mijn kinderen’

Een gezin met jonge kinderen vraagt nogal wat van je. Het is alomvattend. Ze hebben verzorging, aandacht en liefde nodig. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Ook als ze niet bij je zijn, zijn ze altijd bij je. Het is niet of je een keus hebt. Het moet gewoon gebeuren. Het is ook niet erg want je wilde zelf een gezin en je houdt natuurlijk ongelooflijk veel van je schatjes. Toch knaagt er iets. Ben je alleen nog maar een moeder of ben je ook nog van jezelf?

Altijd een excuus paraat

Voor mij werkte het ook als een mooi excuus. Het gezin, de kinderen, het volle leven en de vermoeidheid die daarbij hoort zorgden ervoor dat ik niet echt meer aan mezelf toekwam. Dat vond ik lange tijd helemaal niet erg. Ik zat daardoor veilig verscholen achter vier ruggetjes mezelf niet te ontwikkelen. Mijn gezinssituatie is niet gemiddeld en ik werd geprezen voor alle tijd en aandacht die ik in mijn gezin stopte. Niemand die zag dat ik daarmee mezelf ook beschermde tegen het maken van keuzes die voor mijn eigen ontwikkeling belangrijk waren. Ik wist het ergens wel. Af en toe hoorde ik de fluisteringen van mijn hart. Maar ik koos ervoor mijn oren te sluiten.

Van betekenis, maar voor wie

Tot het niet langer ging. Het gefluister werd gebrul. Ik moest terug de wereld in. De kinderen werden wat groter en zelfstandiger, ik was iets minder nodig. Door vast te houden aan mijn oermoederrol was ik vooral mezelf aan het uithollen. Voor hun was ik van betekenis, maar ik verloor mijn eigen vuur. Ik wist niet meer waar ik warm voor draaide, waar ik in uitblonk, wat mij deed glunderen. Ik werd steeds somberder. De kinderen volgden hun eigen pad en ik leek mij op een doodlopende weg te bevinden.

Voorzichtig in het voetlicht

Met de bibbers in mijn benen ging ik op zoek naar ‘dingen’ die goed of leuk waren voor mij. Jarenlang had ik les gegeven in improvisatietheater. Daarvoor had ik zelf heel veel gespeeld. Ik moest het podium weer op gaan zoeken. Ik kan je vertellen dat het doodeng is om het voetlicht te betreden als je zolang in de schaduw hebt gestaan. Ik ging kapot van de zenuwen. Zocht steeds excuses om niet naar het wekelijkse theatersportavondje te hoeven. Sliep slecht. Kreeg huilbuien. Ik zette door. Alle paniek was echt, maar de onderstroom die ik voelde was ook echt. De onderstroom die mij liet voelen dat ik leefde, dat ik gezien werd, dat ik kon spelen.

Ik heb fans

Het heeft nog een tijd geduurd voordat ik ‘de kinderen’ echt niet meer gebruikte als excuus om de stappen die ik eng vond uit te stellen. Heel soms voel ik de neiging nog. Gelukkig doorzie ik mijn eigen ondermijnende systeem. Ik spreek het bewust uit tegen hun als ik iets eng vind. Daardoor motiveren ze mij om toch te gaan, het juist te doen. Zij zijn mijn grootste fans. Ze zitten vooraan bij mijn voorstellingen en zijn trots op de malle fratsen die ik uithaal. Dat maakt mij extra blij. Ik ben hun moeder. Daarin heb ik een voorbeeldfunctie. Als ik niets doe voor mezelf hoe moeten zij dan ooit leren keuzes voor zichzelf te maken? Nu weet ik zeker dat ik ze dat echt leer en dat het geen holle woorden zijn.

Take one – waarom ik nu echt met video begin

In beeld durven zijn. Letterlijk in dit geval. Doodeng vind ik dat. Ik ga bij De Videovakvrouw een training volgen ‘Claim je plek met video’. Spannend en leuk. En spannend. Maar misschien vooral leuk. Oef. Het is gek hoe eng het is om zichtbaar te zijn. Ik begrijp rationeel dat het goed werkt om jezelf via filmpjes te laten zien. Je kunt vertellen over je werk, over wat je voor mensen kunt betekenen op een hele directe manier. Mensen zien ook gelijk wie je bent en of dat hen aanstaat. Daar zit natuurlijk het gevaar. Want wat nou als….

Flirten

Ik volg De Videovakvrouw al jaren. Ik deed al een aantal keer mee aan challenges en maakte dus ook een paar filmpjes. Ik vond het zelfs een beetje leuk en kocht een selfie stick. Ik zag mezelf wel vloggend door ondernemersland gaan. Maar ja, mijn telefoon is niet zo goed, ik kan niet monteren, het kost zoveel tijd, waar moet ik het dan over hebben, wie zit er op mij te wachten, enzovoort. Geen excuus is ongebruikt gebleven. Toch bleef ik flirten met het idee. Ik ben zelfs begonnen met Toneeljuf TV. Dus je zou denken, dat durft Saskia wel. Die is daar geknipt voor. Not.

Zelfverzekerd

‘Jij onzeker?!’ Hoe vaak ik dat niet heb gehoord. Uh ja wel dus. Ik ben ook onzeker. Bang om afgewezen, stom gevonden of uitgelachen te worden. Dat ik ergens niet bij hoor. Of dat ‘mensen’ zien of zeggen dat ik niks voorstel. Gewone alledaagse angsten waar volgens mij heel veel mensen mee te maken hebben. Ik straal meer zekerheid uit dan onzekerheid blijkbaar. Dat is verwarrend als ik bijvoorbeeld erg zenuwachtig ben en toch het podium op ga om een hele zaal toe te spreken en tot spelen aan te zetten. Wat ik heb geleerd is dat het mij helpt om uit te spreken hoe ik mij voel. Ik betreed het podium en zeg dat ik het eng vind en me alleen voel. Dat breekt vaak het ijs en al snel voel ik mij niet meer zo alleen. Dat doe ik ook vaak in het echte leven. Het helpt.

Met de billen bloot

Nu ga ik dus video’s maken. Om mijn bereik te vergroten. Om mensen kennis te laten maken met mij. In de hoop natuurlijk dat dat leidt tot meer opdrachten, samenwerkingen en deelnemers aan mijn activiteiten. Tot nu schreef ik vooral en dat doe ik graag. Dat vind ik leuk, ik ben er goed in en het is veilig. Ik schrijf maar je ziet mij niet, ik zit verstopt in de tekst. Video vraagt dat ik mij niet langer verstop, maar dat ik me bloot geef. Bloter dan ik tot nu durfde. Ik ga het aan avontuur aan met bibberende benen en een onrustig gemoed. Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt. Dat geldt voor alles, dus ook hiervoor. Ik denk aan alle tips die ik de deelnemers aan mijn lessen geef en pas ze toe. Die helpen namelijk weet ik uit ervaring. Stevig op twee benen staan, rustig ademhalen en duidelijk praten. Laat ze zien dat je er bent. Wees aanwezig.

Drie, twee, een en actie!

Sociaal ongemak (of hoe ik leerde minder te blozen)

Onbekende plekken en nieuwe mensen zijn niet mijn lievelings. Van tevoren had ik al opgezien tegen de kennismakingsavond op de kersverse middelbare school van mijn dochter. Het lokaal zat vol met welwillende volwassenen. Het was warm, drukkig. Er werd losjes gepraat, mensen leken elkaar te kennen. Ik voelde mij acuut misplaatst en opgelaten. Mijn neiging om luid grappen te gaan maken borrelde omhoog. Alle ouders moesten iets vertellen over hun kind. Aangezien wij achterin zaten had ik genoeg tijd om zenuwachtig te worden en mezelf daar bestraffend over toe te spreken. ‘Stel je niet aan, je staat zo vaak voor een groep, je weet genoeg leuke dingen te vertellen, je bent geen 13, gedraag je als een volwassene, iedereen kan het.’ Eenmaal aan de beurt deed ik het vast niet veel beter of slechter dan de anderen, maar ik voelde mij een idioot. Half stotterend, rood aangelopen, met een gekke stem en een paar malle grappen, praatte ik de twee minuten vol. Ik was dan misschien geen 13, zo voelde ik mij wel. Om onduidelijke redenen beschaamd.
Blozen
Schaamte vind ik een moeizaam en weinig helpend gevoel. Zou de wereld niet veel mooier zijn als we afleerden ons te schamen voor dingen waar we niets aan kunnen doen? Vroeger (en soms nog weleens) werd ik vaak rood. Als ik ‘de beurt’ kreeg, als ik de sociaal wenselijke reactie niet wist of als ik in een groep ineens in het middelpunt stond. Vaak hing het blozen samen met iets onverwachts. Maar het gebeurde ook als ik juist veel tijd had gehad om na te denken over wat er allemaal fout kon gaan als ik straks aan de beurt zou zijn. Alle tijd om rampscenario’s te bedenken en die dan ook maar gelijk uit laten komen. Soms viel het mee. Meestal als mijn ongemakkelijkheid niet genegeerd werd. Eenmaal uitgesproken blijkt vaak dat de meeste mensen ongeveer hetzelfde voelen en blij zijn dat er ruimte is om het te ventileren.
Bibbers
Als docent merk ik dat deelnemers het niet altijd fijn vinden als hun ongemak benoemd wordt. Net alsof ze betrapt worden op iets wat niet hoort of mag. Dan ontkent iemand het duidelijk zichtbare ongemak. Wat natuurlijk ook weer ongemakkelijk is. Ik vraag vaak aan de hele groep in het begin of er mensen zijn die het spannend vinden. Als iemand zijn vinger opsteekt volgen er al snel meer. Wanneer niemand het toegeeft vertel ik dat ik het spannend vind. Elk nieuw begin heb ik weer de bibbers. Ik deel ze met de groep omdat het mij lucht geeft en omdat ik hoop dat het de deelnemers ruimte geeft om hun zenuwen niet als iets raars of stoms te zien. Spanning hoort bij een nieuw begin, bij een onbekende situatie. Dat geeft niet. Als de spanning er mag zijn is er goed mee te leven.
Moed om te falen
Het blozen werd tijdens mijn levensjaren gelukkig steeds minder. Gaandeweg leerde ik ook steeds meer over hooggevoeligheid en hoeveel invloed dat kan hebben op je gevoel van ongemak. Ik volgde de opleiding ‘Moed om te falen’ en dat zorgde dat het licht helemaal aanging. Mijn ongemak is niet helemaal verdwenen, maar ik spreek het uit, kan erom lachen en durf te vertrouwen op mijn eigen kracht. Het is niet zo ernstig als we denken. Je bent de baas over jezelf en dus over je eigen ongemakkelijkheden. Dat maakt ze veel minder groot en eng dan je dacht. Door geen geheim te maken van mijn gevoel sta ik veel sterker in mijn schoenen. Ik kijk nu al uit naar de kennismakingsavond op de middelbare school van mijn zoon…

Klussers

Als ik klussers in huis heb voel ik mij altijd nogal incompetent. Zij gaan iets doen wat ik niet kan. Dat ik het ook niet wil kunnen, maakt gek genoeg nooit iets uit voor mijn gevoel van incompetentie. Daarnaast voel ik mij onhandig. Ik moet aanwezig en beschikbaar zijn. Ook al ben ik thuis, toch kan ik niet echt doen wat ik wil of moet doen. Ik voel me bekeken, beteugeld en zeer ongemakkelijk. Gelukkig schijnt de tijd van eindeloos koffie serveren voorbij te zijn. Tenminste dat hoop ik want ik doe dat het liefst zo min mogelijk. Straks moet ik ook nog een vreemdsoortig prietpraatgesprek voeren, waardoor ik me helemaal een sukkel voel.
Om bij de klussers de indruk te wekken dat ik thuis niet alleen maar mooi zit te wezen ben ik kranig achter de computer gaan zitten. Ik tik dit stukje. Zodat ik slim gebruik maak van de loze uren waarin zij onze bovenverdieping voorzien van dubbel glas.
Al die ongemakkelijkheid zit natuurlijk bij mij. Dat snap ik. Het is in de loop der jaren beter geworden. Doordat ik meer heb geleerd over mijn gevoeligheid, sociale ongemak, controle issues en perfectionisme kan ik dit soort situaties vele malen beter verdragen. Door de ‘Moed om te falen’ training werd ik mij bewust van patronen en leerde ik dat niemand verwacht dat ik automatisch overal goed (lees: de beste) in ben. Ik leerde lachen om mijn onvermogen en gooide daarmee de deur open naar een veel ontspannener levenshouding. Inmiddels kan ik op heel veel momenten de rust bewaren en wel zien hoe een situatie zich ontwikkelt.
Dit gun ik natuurlijk iedereen. Daarom ga ik de cursus ‘Toneel om te groeien’ ook aanbieden aan volwassenen. Grote mensen zoals ik dat graag noem. In deze cursus leer je in zes lessen dat je al helemaal goed gelukt bent. Je lacht om jezelf en met elkaar. Via toneeloefeningen en -spelletjes zoeken we de ongemakkelijkheid op en leren die te verdragen. We gebruiken improvisatieopdrachten om te spelen en oefenen met situaties die je wellicht lastig vindt. We kijken waar je eigen kracht zit en wat je jezelf allemaal wijs maakt over jou. Het allerbelangrijkst is echter dat we heel veel plezier gaan maken. Dat lachen en die losheid gaan je helpen. Na die zes keer weet ik zo goed als zeker dat jij de volgende keer dat je klussers over de vloer hebt lachend koffie serveert en zonder gene je onkunde toegeeft. Iedereen is goed in iets. De klussers hebben recht om de beste te zijn in klussen. Door hen te laten uitblinken geef je ademruimte aan jezelf. Hoera!