Dagboek
van
een
toneeljuf

Lees mee in het dagboek van de toneeljuf

De Toneeljuf heeft prachtig werk. Ze komt op veel plaatsen, ontmoet de leukste mensen en beleeft mooie avonturen. Hier deelt zij haar gevoelens, gedachten, en belevenissen.

Maximaal 8

In een grote groep is het goed schuilen. Je kunt de kat uit de boom kijken, meelopen en weinig doen. Als je dat wilt. Het hoeft niet. Het omgekeerde kan ook, we kennen allemaal de dominante types die in een groep graag leiden of de lolligste willen zijn.

Lolbroek of stille Willie

Als deelnemer vind ik een groep al snel te groot. Hoe meer mensen hoe minder aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. Niet omdat je het niet wilt, maar gewoon omdat het moeilijk is om jezelf steeds scherp te houden en alert te blijven op alles wat er gebeurt in jou en om je heen. Het wordt snel duidelijk dat een trainer of docent jou niet echt in het oog kan houden. Er zijn simpelweg teveel mensen, waarvan er dan ook nog een paar veel aandacht vragen. Zij wel.

Luister naar de fluister

Als docent maak ik dan ook de keuze voor maximaal 8 deelnemers aan ‘Toneel om te groeien’. Dit is weloverwogen. Ik wil genoeg ruimte voor persoonlijke groei. Ik wil de deelnemers zien en horen. Aandacht hebben voor hun eigen proces. Dus ook voor die persoon die het eng vindt om zichzelf naar voren te schuiven. Dat jij je stem nog niet durft te laten horen betekent niet dat je niets te zeggen hebt. Ik wil het graag horen, dat wat je binnenhoudt. Ik wil luisteren, ook als je zachtjes praat.

Zien en gezien worden

Zulke dingen kan ik niet goed onderscheiden met veel mensen in de ruimte. Dan is er teveel van alles, energie, geluid, geuren en gedoe. Met zulke actieve zintuigen als de mijne wordt het dan al snel kermis in mijn hoofd. Ik wil niet naar de kermis, ik wil naar jou. Ook als jij je liever verstopt. Soms mag je je een tijdje verstoppen, als je je er maar bewust van bent. Daar help ik bij. Ik stel af en toe een vraag of laat je weten dat ik je bijdrage zie. Het contact dat ik dan met je maak is echt en daar zit de groei. Je bent gezien. Niet gevallen, wel opgevallen.

Ik sta elke dag wel een keer te schutteren

Ik wil dus een aanwezige docent zijn. En juist dat maakt het voor mij ook spannend. Aanwezig in de zin dat ik er ben voor mijn deelnemers en niet alleen voor het overdragen van mijn kennis. Ik doe vaak mee met de oefeningen en spelletjes en speel in de uitleg vaak al toneel om zaken te verduidelijken. De hufterige stemmetjes in mijn hoofd zeggen soms dat ik raar doe of zelfs voor schut sta. Ik luister niet naar ze. Ik kan niet anders dan mezelf zijn. Dat vraag ik tenslotte ook van de deelnemers. Die laten zichzelf zien en horen en zetten daarin dappere stappen. Dat vind ik ontzettend knap. Dat ze mij genoeg vertrouwen om ze te helpen in dat proces is een grote eer. Dat honoreer ik met aandacht en aanwezigheid. In een kleine groep dus: maximaal 8.

Dan kan ik zorgen dat iedereen (ja ook ik dus als trainer) ruimte krijgt om veilig en met humor zijn of haar eigen proces te volgen.