Lafbek

Als je ziet dat iemand gepest wordt grijp je natuurlijk in. Het zijn juist de stille getuigen die de meeste schade aanrichten. Dus dat ben jij vast niet. Ik was dat wel. Een miljoen jaar geleden, maar ik ben het nooit vergeten.
Op mijn middelbare school werd een meisje stelselmatig enorm getreiterd door twee andere meiden. Zeer onaangename meiden. Ze waren ook hondsbrutaal tegen docenten die nog niet stevig in hun schoenen stonden. Het waren de pestkoppen uit je ergste nachtmerries. En ik zag het en deed niks.
Ik kan mezelf verdedigen. Ik was ook jong en onzeker. Bang om in hun aandacht te komen. Als mijn heldendaad niet zou werken, wat waren dan de gevolgen voor mij. Legitieme excuses voor een zestienjarige misschien. Maar toch niet echt en dat wist ik toen ook al. Ik wist dat ik laf was.
Ik ben dat meisje niet vergeten, net als die twee rotmeiden. Zouden zij ooit aan haar terugdenken en aan wat ze haar hebben aangedaan? Ik denk er in elk geval wel met enige regelmaat aan. Aan wat ik niet deed en hoe ik haar daarmee niet hielp en wat voor een vreselijke gevolgen het voor haar gehad moet hebben.
Iedereen is kwetsbaar. We hebben allemaal plekken waar we liever niet geraakt worden. Waardoor we ons ontmaskerd voelen, naakt en voor schut gezet, als de wolven komen. Toch is onze kwetsbaarheid niet het probleem. Het probleem is dat de wolven er zijn. Of onze angst dat ze er zijn. Daardoor leren we onze eigenheid af te schermen met laagjes. Laagjes die ons goud verstoppen.
Mijn lafbek heb ik lang geleden het zwijgen opgelegd. Ik ben niet meer bang voor de gevolgen van het opkomen voor mensen die dat nodig hebben. Ik gebruik mijn talent juist voor hun. Als ik terug kon in de tijd zou ik andere keuzes maken. Voor nu hoop ik dat die drie meisjes van toen hun weg naar mensen zoals ik weten te vinden. Het leven is zoveel mooier als je gewoon jezelf bent.